Emotie, frustratie of agressie

Emotie, frustratie of agressie

Ik sta even stil bij een aantal momenten waarin het deze week ging over emoties, frustraties en zelfs agressie. De meeste professionals om mij heen weten prima om te gaan met emoties en frustraties maar agressie vraagt meer. Tijdens mijn traditionele hardlooprondje luisterde ik naar een podcast waarin Ben Tiggelaar en Caroline Koetsenruijter over deze begrippen met elkaar in gesprek gingen.

Theoretische kader

Ze gebruikt in haar uitleg veel eigen voorbeelden maar ook de escalatieladder van Friedrich Gasl. Deze heeft een onderverdeling gemaakt in conflicten. Hij herkent als eerste een conflict als probleem. Dit kun je zelf nog oplossen. Vervolgens ziet hij conflicten als strijd. In dat geval moet je het oplossen door anderen erbij te betrekken (bijv. mediation). En tenslotte ziet hij conflicten als oorlog en daarbij heb je zeker advocaten/rechters nodig.

Voorbeeld van conflict als oorlog zien

Een passend voorbeeld is de wijze waarop Trump ieder conflict direct met de hoogste inzet als oorlog ziet. Gasl geeft aan dat als je hierin mee gaat dat je uiteindelijk beiden in de afgrond eindigt. Ik hoorde in een toespraak van Biden dat hij kiest voor het woord “united“ en al direct probeert terug te gaan naar het conflict als probleem dat samen moet worden opgelost. Dus: niet ontkennen, maar ook niet laten escaleren.

Voorbeeld van conflict als strijd

Ik mocht afgelopen week digitaal aanwezig zijn bij de Meesterproef ambassadeurs jeugd waarin één van de thema’s agressie was. Er werd gesproken over frustraties en agressie met voorbeelden die gaan over bedreigen en het verharden van standpunten. Emotie mag en frustratie kan. Daar zijn professionals voor opgeleid om daar mee om te gaan. Denk aan de fases van herkennen, erkennen en verkennen door vooral veel te luisteren, samen te vatten en door te vragen. Maar als agressie komt moet je duidelijk zijn en aan het gedrag consequenties verbinden. Voor dat laatste punt vroegen de kersverse ambassadeurs terecht onze aandacht.

Ik leer hier weer van dat het altijd goed is om kennis vanuit het verleden weer te gebruiken om het hier en nu te begrijpen. Ik hoorde iemand op radio zeggen dat je in deze tijden meer hebt aan een historicus dan aan een toekomstvoorspeller.

Eigenwijs of egoïstisch

Eigenwijs of egoïstisch

Ik sta even stil bij een ingezonden brief met de titel: “Mark, eigenwijze kinderen blieven juíst strenge regels” in de Volkskrant van afgelopen zaterdag.  De briefschrijfster (wonend in Australië) doet een observatie dat de grens tussen de eigenwijze Nederlander en de egoïstisch Nederlander wel erg dun is geworden. In feite gaat het m.i. om de vraag of je stuurt op zelfstandigheid (eigenwijs mogen zijn) of op regels (je moeten conformeren aan).

Het dilemma van de leider

In het laatste Tweede Kamer debat gaf de Minister President ook aan dat hij in aanloop naar de tweede golf mogelijk minder vrijblijvend dringende adviezen had moeten geven en meer had moeten opleggen en sanctioneren. Dit doet me denken aan de traditionele afweging die elke leidinggevende moet maken.

Het gaat hierbij om de horizontale as van wederzijds respect en samendoen en de verticale as van voorschrijven, opleggen en afdwingen. Het is altijd de vraag op welke as je moet sturen. Kies je voor horizontaal dan probeer je mensen te adviseren of te verleiden om op basis van principes en kaders zelf te handelen. Wanneer mensen dit negeren, het op hun eigen wijze gaan invullen en het ook ten koste gaat van anderen ontstaat er onveiligheid. De verticale as is een keuze voor voorschrijven, opleggen en afdwingen om zo op korte termijn en met urgentie iets voor elkaar te krijgen. Dit geeft over het algemeen een veilig en beheersbaar gevoel. De kunst als leider is op het juiste moment de juiste interventie te kiezen.

Reflectie

Met het bedwingen van de eerste besmettingsgolf was Rutte even “de held van de dag”.  Na de intelligente lock-down (de verticale as) is hij volgens mij vanuit het liberale perspectief gaan sturen. Iedereen heeft zijn eigen verantwoordelijkheid en vrijheid. Deze verantwoordelijkheid is echter alleen mogelijk bij een eenduidige analyse van het probleem. De afgelopen periode hebben zeer veel “deskundigen” vanuit hun eigen perspectief verwarring veroorzaakt. Dat roept dus opnieuw de vraag op naar duidelijkheid en verticale sturing. Ik vind het krachtig dat Rutte in staat is hierop te reflecteren en dit plenair in de Kamer terug te geven. Een mooi voorbeeld van het adagium van Peter Vonk: “spreek je uit, stel een vraag, kijk in de spiegel, spreek je opnieuw uit enzovoort.”  De observatie uit de ingezonden brief veronderstelt dat deze nieuwe aanpassing in beleid te laat en te beperkt heeft plaatsgevonden waardoor eigenwijsheid soms is omgeslagen naar egoïstisch gedrag.

Het gevolg van deze beleidsimpasse is wel dat maatschappelijke organisaties daar nu zelfstandig op reageren. Als voorbeeld verwijs ik naar het manifest van het Humanistisch verbond met de titel “Isoleer het virus en niet de mensen” waarin een grote groep leiders aangeeft zelf prima in staat te zijn de verhouding tussen de horizontale en verticale as te bewaken.

In mijn eigen rol als leider word ik ook regelmatig aangesproken om de horizontale as te verlaten en wat dringender te gaan sturen. Het is goed om te beseffen dat deze roep vaak voorkomt uit behoefte aan veiligheid en duidelijkheid.

Compromissen sluiten

Compromissen sluiten

Ik sta even stil bij een TV-interview van Angela Merkel dat in het kader van 30 jaar Duitse eenheid werd uitgezonden op 10 september jl. Deze treffende ondertiteling kwam ik tegen op twitter en later heb ik de beelden teruggezocht op YouTube (het fragment van circa 2,5 minuut start op 12:56). De tekst spreekt wat mij betreft voor zich.

Leer van de geschiedenis

Ik wil jullie meegeven dat jullie in een tijd geboren zijn waar al heel lang vrede heerst en nu ook nog vrijheid. Zoals Donald Tusk zonet gezegd heeft over je eigen waarden sluit je geen compromissen. Dat is in de geschiedenis een heel kostbaar goed. Het is eigenlijk hoogst onwaarschijnlijk dat dat zo is. Dat is niet de regel maar het is heel onwaarschijnlijk wanneer we naar de geschiedenis kijken. Daarom mijn verzoek ga voorzichtig en liefdevol met de situatie om zoals ze is. Het is allesbehalve perfect. Maar daarom moet men zich ook engageren. Men kan ook snel veel kapotmaken. Hoe ouder ik word hoe meer ik mij interesseer in geschiedenis. Donald Tusk hoeft dat niet te doen, want hij is historicus. Uit de geschiedenis kan men veel leren voor de toekomst. Men kan vooral leren wat er allemaal fout kan lopen.

Men kan ook altijd slimme mensen vinden, en minacht daarom het compromis niet, want het compromis is het adequate antwoord op het feit dat wij mensen uniek zijn. Iedereen is anders en daarmee is het ook volkomen duidelijk dat wanneer we morgen opstaan we niet allemaal dezelfde mening delen over alles. Dat betekent om samen iets te kunnen verwezenlijken het compromis noodzakelijk is voor kameraadschap en voor samenleven. Daarom moet men geen compromissen sluiten over basisovertuigingen. Dat is juist. Maar over veel dingen van het menselijke samenleven kan me zeer veel compromissen sluiten die de vrede helpen bewaren en geweld verminderen.

En ten slotte: let op taalgebruik. Want taal is de voorloper van handelen. Als de taal de verkeerde kant is opgegaan, gaat ook het handelen zeer snel de verkeerde kant op. En dan is ook geweld niet meer veraf. Zorgzaam omgaan met taal is door de digitalisering en de sociale media niet bepaald eenvoudiger geworden. Toch moet men net daarom ook zeer voorzichtig omgaan met woorden.

Los van principes!

Los van principes!

Ik sta opnieuw stil bij het sturen op basis van principes. In mijn observatie van 23 mei gaf ik een beschouwing op een overheid die de COVID19-crisis nog vanuit principes stuurde en op het risico van het creëren van meer regels als gevolg daarvan. We weten inmiddels dat de overheid de verleiding niet heeft kunnen weerstaan. Zodra de stap van principes naar regels wordt gemaakt gaat het gesprek over de regels en niet meer over de bedoeling.

De theorie achter sturen op principes

Sturen op principes vraagt om lerende organisaties die bereid zijn steeds opnieuw de basale langere termijn bestaansvragen te stellen. Hierdoor organiseer je feitelijk dat iemand zich niet meer achter regels of protocollen kan verschuilen.  Er ontstaat dan een omgeving waarin je stuurt door zelf ook authentiek de principes te volgen en te koppelen aan het verhaal en de historie van de organisatie. Dat vraagt leiderschap in de top. Natuurlijk is het dan oppassen om niet teveel managers of leidinggevenden te hebben want die zijn toch vaak geneigd eigen spelregels te maken om hun bestaan te rechtvaardigen.

Toepassen van deze theorie op de huidige situatie

Ik heb een aantal tips die ik de afgelopen weken hoorde en best logisch vond even op een rijtje gezet:

    • Ga in de communicatieboodschap terug naar de bedoeling als overheid. Draag uit dat het gaat om het beschermen van de zwakkeren. Herbevestig dat gezondheid nog steeds gaat boven het economische belang van de korte termijn.
    • Verlos lokale bestuurders (de managers/leidinggevende) van het maken van eigen spelregels. Hef alle locale regels weer op.
    • Faciliteer alleen de juiste infrastructuur, maar ga het zelf niet inrichten. Daarom zijn er jaren geleden toch al ZBO’s bedacht. Ga als ministerie zelf geen software ontwikkelen, spullen inkopen of wat dan ook. Ook al levert dat op zondagavond wel mooi satire op!
    • Kies nog meer voor het belonen wat goed gaat. Stop met het bestraffen en aandacht geven aan dat wat niet goed gaat. Dat leidt af van de bedoeling.

En als laatste tip: Luister niet naar teveel deskundigen. Dat vertraagt en geeft teveel ruimte voor eigen belangen. Bovendien moet je dan later gaan uitleggen waarom je net naar die ene deskundige die gelijk had niet hebt geluisterd.

Bubbels

Bubbels

Ik sta even stil bij twee observaties van afgelopen week waarbij wat mij betreft groepen mensen in een bubbel zitten. Het woord bubbel wordt op dit moment niet meer in de letterlijke zin van opborrelende lucht- of gasbel in een vloeistof gebruikt. Maar steeds meer in de figuurlijke betekenis van in een bubbel leven: weinig of geen contact met de buitenwereld of met andersdenkenden hebben.

Vluchtelingen

Zo zijn er maar weinig momenten dat ik me schaam dat ik een Nederlander ben. Maar afgelopen week lukte het me gewoon niet om de standpunten te begrijpen van de coalitie die, wat mij betreft, op dit punt in een politieke bubbel leeft. Ik moest vaak denken aan de afvaardiging van deze groep die dit, in de Tweede Kamer en daarna thuis, moest gaan uitleggen.

Volksbank

Andere bubbels herkende ik toen ik deze zomer het boek De Staatsbank van FD-journalisten Pieter Couwenbergh en Ivo Bökkerink las. Er worden in dit boek prachtige beschrijvingen gegeven van verschillende bubbels van groepen (Den Haag, Bestuur en Toezichthouders van de bank). Daarnaast wordt uitgelegd hoe heel veel dure deskundigen nodig zijn om vervolgens uit te leggen wat niet uit te leggen valt. Als ik deze zaterdag in het FD het verhaal van de Volksbank lees lijkt de geschiedenis zich te herhalen. Er wordt weer veel uitgelegd wat niet uit te leggen valt. Wie haalt deze mensen uit hun bubbel? Na de Prooi en De Staatsbank is deel drie denk ik snel geschreven.

Het lijkt erop dat het leven in een bubbel een relatie heeft met macht en winstbejag. Het zou je de vrijwaring kunnen geven om je buiten deze bubbel als mens te moeten verantwoorden voor je daden. Soms komt het berouw als de bubbel is geklapt en de lucht er uitgelopen is.

Hoe zorg ik er zelf voor dat ik, zonder dat ik dat het besef, ook niet leef in eigen bubbels? Ik vertrouw op de kritische gidsen die ik om me heen heb verzameld. Die me gevraagd en ongevraagd feedback geven. Daarnaast probeer ik steeds weer terug te gaan naar de bedoeling. Waarom moet iets wel of niet? Ook probeer ik de uitgangspunten van Deep Democracy toe te passen. Zodat ik vooral de wijsheid van de minderheid omarm en meeneem in de uiteindelijke besluitvorming.