Ik sta even stil bij een artikel van Wieteke van Zeil in de Volkskrant naar aanleiding van haar nieuwe boek “Altijd iets te vinden, de kunst van het oordelen”. Ze beschrijft dat we leven in een snelle-meningen-wereld, die constant een beroep doet op onze zelfbeheersing, zelfcensuur, groepsvorming en de behoefte applaus te krijgen. We worden ook voortdurend gevraagd om onze mening.

Snel oordelen

Haar analyses sluiten aan bij mijn eerdere observatie over (voor)oordelen. Ook zij geeft aan dat gewogen oordelen tijd en context vergen. Iets dat nu net vaak ontbreekt. We worden steeds vaker gevraagd een mening te geven met een duimpje, smiley of door een korte vragenlijst in te vullen. Ik weet dat anderen vervolgens aan deze score ook echt waarde hechten. Ik ontdekte deze zomer, tot mijn eigen verrassing, zelf ook op dat ik af en toe mijn observaties terug lees om te zien wat jullie er van vinden.

De kunst van het oordelen

Wieteke heeft naar aanleiding van meerdere psychologisch onderzoeken een aantal conclusies uitgewerkt die mij helpen bij het vormen van een beter oordeel:

  • Stel je mening uit en laat je reptielenbrein niet overheersen. Ze verwijst naar bekende systeem 1 en 2 denken van Kahneman en Tversky;
  • Besef: wat je vindt, ben je zelf. Wetenschappelijke inzichten bewijzen dat onze actuele emotie onze besluitvorming regisseert. We hebben dat als kind al vroeg aangeleerd. Ieder kind weet precies wanneer je wel of niet iets aan de vader of moeder moet vragen;
  • Omarm veranderlijkheid. Veranderen van mening kost tijd, energie en moed. De huidige rol van wetenschappers in het OMT leert ons dat veel onzeker is en je soms op basis van deze onzekerheid moet oordelen. Het is dan helemaal niet vreemd of erg om je oordeel bij nieuwe inzichten aan te passen. Dit is nieuw in de politieke arena en vraagt daarom een hoge mate van communicatie vaardigheid en moed.

Het artikel brengt voor mij veel inzichten bij elkaar. Het maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar haar boek dat vandaag is uitgekomen.