Ik sta even stil bij (te) vroeg oordelen.  Dit doet zich voor als de weging van feiten en observaties nog niet afgerond is en er toch een mening gevormd is. Onze hersenen nemen dan de snelste en bekendste route om in de brei van informatie snel tot een beslissing te kunnen komen. Er is veel wetenschappelijk onderzoek gedaan naar dit onderdeel van de werking van onze hersenen. Er waren veronderstellingen dat dit vroeger nodig was om te overleven (als je te lang nadenkt ben je al opgegeten voordat je een besluit genomen hebt hoe te handelen). Echter de gevonden hersenactiviteit rondom deze situaties zit aantoonbaar in andere onderdelen van onze hersenen. Het wordt nu vooral gekoppeld aan het effectief verwerken en opslaan van binnenkomende prikkels.

Te vroeg oordelen over personen

Vooral bij het verwerken van persoonlijkheidskenmerken maken we veel gebruik van gebaande paden. We oordelen op basis van één blik. Het vraagt dus extra aandacht om dit vroege oordeel ook objectief te laten zijn. Ik zat recent een sollicitatiecommissie voor. Na afloop vroeg iemand mij te reflecteren op zijn rol in de commissie. Het gesprek ging o.a. over het effect van de eerste indruk. Ik heb toen uitgelegd dat ik als voorzitter alert ben dat we niet alleen bezig zijn met het bevestigd krijgen van onze eerste indruk. Signalen zoals het vroegtijdig afhaken, het stellen van gesloten vragen of het blijven hangen bij één onderdeel van een CV zijn dan belangrijke indicatoren. Het vooroordeel wegnemen door nieuwsgierig te zijn en jezelf in het gesprek te laten overtuigen kan mooie nieuwe inzichten opleveren en tot dan toe verborgen talenten zichtbaar maken.

Te vroeg oordelen over groepen mensen of producten

Ook is dit fenomeen ontdekt door de commercie en de politiek. Veel framing- en marketingtechnieken maken gebruik van deze snelle oordeelsvorming om ons te verleiden. We kiezen onbewust iets wat we eigenlijk niet willen of nodig hebben. Als we wat langer zouden nadenken zou onze keuze waarschijnlijk anders zijn. Zo werd de afgelopen week in het Europesche debat over de spelregels rondom het herstelplan veelvuldig gebruik gemaakt van stereotypen. Mooi zichtbaar was dat de zuidelijke landen als reactie ook dezelfde framingstechnieken gingen toepassen op de “vrekkige vier”. Het grote risico is dat we door deze vooroordelen allemaal onjuiste referentiekaders opbouwen (bijvoorbeeld “in land x zijn ze lui”). Vervolgens gebruiken onze hersenen deze opgeslagen informatie later in een andere context als opgebouwde waarheid. De grens tussen vooroordelen en generaliseren is dan dun.

En wat nu?

Ik weet dat als ik voldoende in balans ben, ik mijn mening kan uitstellen totdat ik echt kan oordelen op basis van feiten. Ik ga me wat vaker afvragen in welke situaties ik me dan wel te snel een oordeel vorm. Wanneer anderen een belangrijk oordeel delen, ga ik, voordat ik dit overneem, wat vaker onderzoeken of daar wel voldoende bewijs aan ten grondslag ligt.

O ja, het gemakkelijkst toepasbare advies, dat ik las, is dat je eigenlijk alleen een mening moet geven als het je echt gevraagd wordt.