Ik sta even stil bij een stelling in de Volkskrant van 1 augustus jl. :” De onwil om het kwaad te bestrijden door vrijheid te beperken is in ons land diepgeworteld“. Het sluit aan bij mijn toenemende interesse voor samenhang en kracht van de begrippen vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Is het niet in beginsel zo dat veel besluiten in een of andere vorm vrijheidsbeperkend zijn. Het is de kunst om daarmee geen ongelijkheid of verdeeldheid te creëren. In een democratisch proces zal de leidende coalitie in een debat haar standpunten toelichten en toetsen om zoveel mogelijk draagvlak te krijgen in de besluitvorming. Vanuit de basis theorie is het simpel beschreven en kun je vanuit de feiten en de analyse kennis en begrip opbouwen en dan komen tot een wijs besluit.

Hierbij herinner ik me een recent betoog van Jitske Kramer. Ze geeft aan dat, bij het toepassing van principes van Deep Democratie, je voordat je een meerderheidsbesluit vaststelt je opnieuw bespreekt hoe je onderdelen van het minderheidsstandpunten kan toevoegen om het meerderheidsbesluit nog beter te maken. Op die manier ontstaat er meer begrip en draagvlak over de besluitvorming en is de kans op een juiste implementatie en daarmee realisatie van het boogde ook het grootst. Daarbij zullen ook minder mensen last hebben van de opgelegde vrijheidsbeperking.

Als je geen aandacht geeft aan het goede debat en daarbij vergeet te luisteren naar de stem van minderheid neemt het draagvlak af en geef je aanleiding aan de minderheid om over te gaan tot het herhalen van hun standpunten. Ik ga, als ik de komende tijd, betrokken ben bij besluitvorming, explicieter stil staan om te kijken hoe ik dergelijke minderheidsstandpunten alsnog kan meenemen.